Van vezel tot draad: de evolutie van het spinnen van garen
Gepubliceerd door Maura Lodewijk op
Van vezel tot draad: de evolutie van het spinnen van garen
Als je om je heen kijkt, zul je waarschijnlijk zien dat je omringd bent door textiel. De kleding die je draagt, de gordijnen voor de ramen en de bekleding van meubilair: stuk voor stuk gemaakt van stoffen. Het meeste textiel, zoals gebreide en geweven stoffen, is gemaakt van garen. Dit garen wordt gesponnen van een vezel zoals katoen, wol of polyester. Nu wordt het meeste garen machinaal gesponnen en is handspinnen vooral nog te zien in sprookjes. Maar tot zo’n tweehonderdvijftig jaar geleden kon spinnen alleen met de hand gedaan worden. Hoe dat precies in zijn werk ging, zal ik in dit ARTikel uitleggen.
Wanneer het spinnen precies is uitgevonden, is niet bekend. Vermoedelijk sponnen neanderthalers al vezels bij elkaar om koorden van te maken.[1] Om een draad te spinnen, worden er vezels in elkaar gedraaid. Door de draaiing komen de individuele vezels in elkaar vast te zitten, hierdoor vormt het een sterker geheel. De eenvoudigste techniek om te spinnen is een bundel vezels nemen en deze vezels tussen je handen of langs je bovenbeen rollen. Op deze manier draaien de vezels in elkaar.
Afb. 1. Maura Lodewijk, Vezels die in elkaar worden gedraaid tot een draad, eigen foto, 12 november, 2025
Afb. 2. Maura Lodewijk, Gesponnen garen, eigen foto, 15 september, 2025
Voordat er gesponnen kan worden, worden de vezels meestal bewerkt. Vezels hebben namelijk een stapellengte: de lengte van een individuele vezel. Stel je neemt een plukje vezels en draait deze in elkaar. Wanneer je vervolgens een tweede plukje pakt en de uiteinden van beide plukken over elkaar legt om deze weer in elkaar te draaien, ontstaat op het punt van overlap een dikker gedeelte in het garen. Hierdoor wordt het garen erg oneven. Door de vezels eerst te kammen of kaarden, een soort borstelen, komen alle vezels in dezelfde richting te liggen en worden de punten van overlap verspreid over een groter geheel van vezels. Op deze manier krijg je een evenredige toevoer van vezels en wordt het garen gelijker.
Korte stukken garen kunnen gemakkelijk in elkaar gedraaid worden op bijvoorbeeld je dijbeen. Wanneer je echter een langere draad wil maken, kun je hier beter een hulpmiddel bij gebruiken. Wanneer je namelijk een pas gesponnen draad loslaat, zal de draaiing eruit gaan. Hiervoor kan een spintol gebruikt worden, in feite gewoon een stokje. Je houdt de bundel vezels aan de top van de spintol vast of bevestigt deze hieraan. Vervolgens wordt de spintol rondgedraaid om draaiing aan de vezels toe te voegen. Daarna kan de gesponnen draad rond de spintol gewikkeld worden, zo ga je het ontrafelen tegen.
Afb. 3. Maura Lodewijk, Spintollen, eigen foto, 25 december, 2025
Er zijn verschillende manieren om een spintol te gebruiken. Een spintol kan gebruikt worden als een tol met een punt die je op een ondergrond ronddraait. Je kunt de spintol ook in je hand houden en telkens een draai geven. Daarnaast kun je de spintol een harde draai geven en vervolgens laten vallen. Dan heb je twee handen vrij om de vezels vast te houden en uit te trekken. Om een spintol effectiever te maken, wordt vaak aan het stokje een spinsteen toegevoegd. Deze kan daadwerkelijk van steen zijn of bijvoorbeeld gesneden uit hout. Door dit gewichtje blijft de spintol langer ronddraaien.[2]
Afb. 4. Maura Lodewijk, Vallende spintol, eigen foto, 27 juli, 2025
Er wordt al duizenden jaren met behulp van een spintol gesponnen. Dit was lange tijd de enige techniek die gebruikt werd. Hoewel spinnen op een spintol veel voordelen heeft, zo heb je veel controle over de dikte van en de hoeveelheid draaiing in de draad, duurt het ontzettend lang. Daarom zijn er uitvindingen gedaan om het spinproces sneller te laten verlopen. De eerste is waarschijnlijk het spindelwiel geweest, een voorloper van het spinnewiel. Deze is vermoedelijk in China uitgevonden. Een spindelwiel bestaat uit een wiel die met de hand aangedreven wordt. Dit wiel is verbonden met een aandrijfsnaar aan een spintol. Doordat de spintol nu met een wiel aangedreven wordt in plaats van met de hand, draait de spintol een stuk sneller rond. Hierdoor kunnen er in dezelfde tijd meer vezels en draaiing toegevoegd worden. Het aandrijven van het wiel en het oprollen van de gesponnen draad op de tol moet nog steeds met de hand gedaan worden.[3]
Afb. 5. Maura Lodewijk, Spindelwiel, eigen foto, 4 juni, 2025
Tijdens de vijftiende eeuw is in Europa een vlucht toegevoegd aan het spindelwiel. De vlucht draait de draad rond de spoel. Op deze manier hoef je niet telkens het spinnen te onderbreken om het stuk draad rond de spoel te winden.[4] Het wiel moest nog steeds met de hand aangedraaid worden, hierdoor heb je maar één hand vrij om de vezels uit te trekken. Dit veranderde aan het begin van de zestiende eeuw. Toen werd er een voetpedaal aan het spinnewiel toegevoegd. Dit voetpedaal is met een aandrijfstok aan het wiel bevestigd. Hierdoor draait bij elke trap het wiel een keer rond. Zo heeft de spinner twee handen vrij voor het spinnen. Door de toevoeging van de vlucht en het voetpedaal kan een spinner ononderbroken spinnen.[5]
Afb. 6 Spindelwiel met vlucht.
Maarten van Heemskerck, Een echtpaar, 1529, olieverf op paneel, 86,6 x 66,2 cm, Rijksmuseum, Amsterdam.
Foto: Rijksmuseum, https://id.rijksmuseum.nl/200109362
Afb. 7. Vlucht, detail van afbeelding 6.
Foto: Rijksmuseum, https://id.rijksmuseum.nl/200109362
Afb. 8. Anoniem, Spinnewiel met voetpedaal, 1650, hout, Rijksmuseum, Amsterdam.
Foto: Rijksmuseum, https://id.rijksmuseum.nl/2006411
In het midden van de achttiende eeuw ontwierp James Hargreaves de Spinning Jenny. Het spinnen was tot dan toe namelijk het tijdrovendste onderdeel van de textielproductie, daarom is dit de eerste stap die gemechaniseerd werd. De Spinning Jenny is een handspinmolen, waarbij acht draden tegelijk gesponnen kunnen worden. Een wiel wordt gedraaid, wat ervoor zorgt dat de spoelen ronddraaien. Tussen twee houten balken worden acht lange bundels vezels gestoken die verbonden zijn aan de spoelen. De balken trekken de vezels uit en de draaiende spoelen zorgen voor draaiing in de draad. De draden die met een Spinning Jenny worden gesponnen, zijn echter erg breekbaar. Daarom zijn er in de loop der tijd verschillende andere spinmachines ontworpen die meer en sterkere draden kunnen spinnen. Deze nieuwe machines werden ook met water- of stoomkracht aangedreven in plaats van met de hand. Door deze ontwikkelingen werd er steeds minder garen thuis gesponnen en steeds meer in fabrieken. Dit heeft de toon gezet voor verdere mechanisering van de textielproductie, wat geleid heeft tot de textielindustrie van vandaag de dag.[6]
Afb. 9. Spinning Jenny. T. E. Nicholson in Edward Baines, The history of the cotton manufacture in Great Britain, 1835, gravure
Foto: Wikimedia Commons, https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Zeichnung_Spinning_jenny.jpg?uselang=eo
Ik hoop dat je door dit ARTikel meer te weten bent gekomen over de productie van textiel in het verleden en dat de volgende keer wanneer je een middeleeuws wandtapijt of een zeventiende-eeuwse plooikraag van meterslange fijne witte stof op een schilderij als de Nachtwacht ziet, je een tweede keer nadenkt en even stilstaat bij de uren die het heeft gekost om dat stuk stof te maken.
[1] Virginia Postrel, The fabric of civilization: How textiles made the world (Basic Books, 2020), pp. 8-9.
[2] Elizabeth Wayland Barber, Women’s work: The first 20,000 years (W. W. Norton, 1994), pp. 18-24.
[3] Dieter Kuhn, ‘The Spindle-Wheel: A Chou Chinese Invention’, in Early China 5 (1979), pp. 14-24.
[4] Postrel, The fabric of civilization, pp. 52-53; R. Patterson, ‘Spinning and Weaving’, in A History of Technology, Volume III: From the Renaissance to the Industrial Revolution c 1500-c 1750, red. Charles Singer et al. (Oxford University Press, 1957), pp. 160-161.
[5] Patterson, ‘Spinning and Weaving’, pp. 160-161.
[6] Postrel, The fabric of civilization, pp.61-68.
Bibliografie
Barber, Elizabeth Wayland, Women’s Work: The First 20,000 Years (W. W. Norton, 1994).
Kuhn, Dieter, ‘The Spindle-Wheel: A Chou Chinese Invention’, Early China 5 (1979) pp. 14-24.
Patterson, R, ‘Spinning and Weaving’, in A History of Technology, Volume III: From the Renaissance to the Industrial Revolution C 1500- C 1750, red. Charles Singer, E. J. Holmyard, A. R. Hall and Trevor I (Williams: Oxford University Press, 1957).
Postrel, Virginia, The Fabric of Civilization: How Textiles Made the World (Basic Books, 2020).
0 reacties