“Duivelse aantrekkelijkheid. Een korte geschiedenis van de liefdeslok.”

Gepubliceerd door Luuk Spee op

Elkaar de liefde verklaren kan op vele manieren: een doos chocolade, een bos rode rozen of de juiste filmkeuze. Ze kunnen allemaal volstaan voor een lang en gelukkig leven met die ene waarop je een oogje hebt. In de vroege zeventiende eeuw hadden jonge mannen en soms ook vrouwen een heel andere manier gevonden om de liefde aan iemand te bewijzen. Met het laten groeien van één haarlok, aan de linkerkant van het hoofd (dichtbij het hart), zou de zeventiende-eeuwse Don Juan zijn of haar liefde voor deze of gene tonen. De zogenaamde ‘liefdeslokken’ ontstonden in de jaren negentig van de zestiende eeuw en ze bleven de daaropvolgende zestig jaar in de mode. Met name in adellijk Engeland en Frankrijk liet men graag het haar groeien.

Net zoals de meeste modegrillen zorgde ook deze voor een hoop weerstand. De bekendste aanklacht tegen de liefdeslok verscheen in 1628 in de vorm van het boek ‘The Unloveliness of Love-Lockes’, geschreven door William Prynne (1600-1669). Prynne noemt de liefdeslok “een onnatuurlijke en schaamtevolle haardracht, afkomstig van Amerikaanse roodhuiden.” Het kapsel was volgens hem eveneens bedacht door de duivel om de dragers ervan rechtstreeks de Hel in te loodsen.

Afbeelding 1: Sir Anthonie van Dyck, ‘Karel I’, 1635-1636, 84,4 x 99,4 cm, Windsor Castle, Windsor

Toch kon ook Prynne er niet omheen dat de liefdeslok populair was tot in de hoogste kringen van het hof. Zo was de Engelse koning Karel I een beroemde drager van de liefdeslok. Op zijn driedubbelportret, door Anthonie van Dyck is goed te zien hoe zijn asymmetrische kapsel eruit zag. Ook Karels zuster Elizabeth droeg een liefdeslok, gemaakt van haar broers haar. Zodoende ging het kapsel symbool staan voor iedereen die het Engelse koningshuis lief had. Van 1642 tot 1651 heerste er namelijk een burgeroorlog in Engeland, die hoofdzakelijk ging over de hoeveelheid macht van de koning. Tegenstanders van Karel I- meestal afkomstig uit de streng protestantse hoek – lieten hun haar als reactie op konings liefdeslok extreem kort knippen. Zij werden daarom ‘roundheads’ genoemd. Toch konden zij ook niet voorkomen dat de haardracht van de koning ook na zijn onthoofding in 1649 in de mode bleef. Frankrijk begon in die tijd, onder leiding van de in 1654 gekroonde koning Lodewijk XIV, de toon aan te geven voor het modebeeld van de man en vrouw. De toch al groeiende mannenkapsels werden daar steeds langer, wat uiteindelijk resulteerde in het verdwijnen van de liefdeslok tussen al dat andere haar. Lang haar voor de man zou in de mode blijven tot de laatste jaren van de achttiende eeuw. Pas toen werd de lange haardos ingeruild voor een kort, op de klassieken geïnspireerd, kapsel. Voor vrouwen zorgde de opkomst van het bobkapsel in de jaren twintig van de twintigste eeuw ervoor dat het lange haar ook bij hen kon worden ingeruild voor iets kortst.


0 reacties

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder
WP2Social Auto Publish Powered By : XYZScripts.com