“De afgelopen maanden heb ik, Moos Engelbertink, stagegelopen in Museum No Hero in Delden. Als vierdejaarsstudent Kunstgeschiedenis had ik ruimte in mijn rooster om stage te gaan lopen en het leek me de perfecte manier om wat werkervaring op te doen en om eens te zien hoe het er in een écht museum aan toe gaat. Omdat Museum No Hero een relatief nieuw en jong museum met een klein team is, heb ik ontzettend veel mogen doen. Mijn taakomschrijving omvatte alles van het invoeren van nieuwe members (vrienden van het museum) tot het uitzoeken van bruiklenen, veel contact hebben met een grote groep vrijwilligers, tot het schrijven van teksten. Ik heb zelfs een keer een uurtje meegedraaid in de bediening van het museumrestaurant. Het grootste deel van mijn tijd zat echter in het voorbereiden van de tentoonstelling ‘Women of Japan.’

Gemma Boon, directeur van Museum No Hero en degene met wie ik tijdens mijn stage het meest heb samengewerkt, vertelde me op mijn eerste dag over het concept van de tentoonstelling. Al jaren bestaan er ontzettend veel stereotype denkbeelden over vrouwen in Japan: van oudsher de seksuele tendens die er om de mysterieuze geisha’s zou hangen en tegenwoordig het idee dat vrouwen in Japan geen carrière zouden kunnen hebben naast hun gezin. Gemma vroeg zich af of dit eigenlijk wel zo was en wilde hier in de tentoonstelling vragen over stellen aan de bezoekers van het museum aan de hand van objecten die 300 jaar vrouwengeschiedenis in Japan tonen. In eerste instantie vond ik het concept nogal abstract klinken én ik had vrij weinig met Japan, maar al snel begon ik met me inlezen en begon het hele concept steeds meer te leven.

Lees meer

In de jaren 1990 verbleef ik vaak en lang in Italië. De promotiebaan die ik toen had aan de Radboud Universiteit stelde me in staat mijn onderzoek naar een groep Lombardische renaissanceschilders voor een groot deel ter plekke uit te voeren. Vaste stek was het stadje Cremona, niet ver van Milaan. Daar deelde ik mijn behuizing met een Italiaanse student musicologie, die afkomstig was uit Siracusa op Sicilië. Gemeten in kilometers waren wij, daar in Noord-Italië, allebei ongeveer even ver van huis.

Het idee van de Po-vlakte die op deze manier fungeerde als scharnierpunt tussen Zuid- en Noord-Europa, is mij blijven fascineren. Ook met betrekking tot de kunst van de renaissance is het denkbeeld zo gek nog niet. In de zestiende eeuw, immers, is de artistieke productie in de steden van Veneto en Lombardije duidelijk de invloed te zien van de kunst uit bijvoorbeeld Florence en Rome. Tegelijkertijd manifesteert zich in dat deel van Italië een oriëntatie op voorbeelden uit de relatief nabije Duitse landen en de Nederlanden. En daarnaast vormde Noord-Italië voor sommige kunstenaars en stromingen een soort doorgeefluik van Italiaanse renaissancekunst naar alle windstreken van Europa.

Lees meer

13995617_1067122069991163_21037825526481358_o

Nog tot 7 februari 2017 is in het Fries Museum in Leeuwarden de tentoonstelling ‘Alma-Tadema. Klassieke verleiding’ te zien. De tentoonstelling biedt een indrukwekkend overzicht van het werk van de tot Brit genaturaliseerde Nederlandse kunstenaar Lawrence Alma-Tadema (1836-1912), die vlakbij, in het dorpje Dronryp, geboren werd. Naast Tadema’s vaak adembenemende historische reconstructies, vooral van het leven in de klassieke oudheid, springen nog twee elementen erg in het oog in de tentoonstelling: de plaats die wordt gegeven aan de spectaculaire huizen die Tadema in Londen voor zichzelf en zijn familie ontwierp en inrichtte, die bijna kunstwerken op zichzelf waren, en de aandacht die er gaat naar de grote invloed van Tadema’s werk op de sandalenfilms uit Hollywood, van Ben Hur (1925) tot Gladiator (2000).

Lees meer